Categorieën
Programma

7 december – Karel van Dam

Goden, Farao’s en arbeiders in het oude Egypte

Het Oude Egypte heeft bezoekers altijd gefascineerd. De zichtbare overblijfselen in de vorm van pyramiden, graven en mummies gaven aanleiding tot gissingen over de betekenis ervan. Veel daarvan was fantasie, maar sinds de ontcijfering van de hiërogliefen kunnen we enigszins een beeld krijgen van de manier waarop in die tijd gedacht werd over goden, farao’s en arbeiders. In deze lezing worden eerst een aantal van de belangrijkste goden en hun betekenis besproken. De rol van de farao en zijn verhouding tot die goden komt daarna aan bod. In het laatste deel wordt in wat meer detail ingegaan op een specifieke groep “gewone” Egyptenaren, n.l. in het zogenaamde Dal der Koningen bij het huidige Luxor (waar o.a. ook het graf van Toetanchamon ligt).

Categorieën
Programma

2 november – Otto Maurer

L’Hoest

Engelbert L’Hoëst is in 1919 in Amersfoort geboren en heeft het grootste deel van zijn enerverend en soms dramatisch leven gewoond in Soest en Soesterberg.
Op 2 november a.s. zal de heer Onno Maurer, directeur van het museum Flehite een lezing verzorgen over het leven en werk van deze schilder. De heer Maurer is een kenner van zijn werk. Eerder heeft hij twee tentoonstellingen georganiseerd over zijn werk en ook een bijdrage geleverd aan het boek dat over hem is geschreven..
In het boek over “Beeldende kunstgeschiedenis in de 20e eeuw in Soest en Soesterberg”staat vermeld:
“In de kunstgeschiedenis van Soest verdient L’Hoëst een ereplaats”.

Categorieën
Programma

5 oktober – Martijn Bink

Toekomst van de journalistiek?

In het eerste deel van de lezing zal Martijn wat vertellen en laten zien over het werk op de redactie van het NOS journaal.
In het tweede deel van de lezing zal Martijn in gesprek gaan met de aanwezigen.

Categorieën
Programma

4 mei – Kees Schipper

De Hollandse Waterlinie

Op 4 mei as. houdt de heer Kees Schipper voor de Soester Kring een lezing over de Hollandse Waterlinie. Dit historische verdedigingswerk is waarschijnlijk het grootste Nederlandse monument dat op de Unesco-lijst van ons cultureel erfgoed staat. Het strekt zich uit van het Muiderslot tot aan de Biesbosch over een lengte van 85 km, terwijl de breedte varieert van 3 tot 5 km. Van inundaties is nu geen sprake, maar die zijn er in het verleden wel geweest. De laatste keer was nog geen honderd jaar geleden, toen het gebied tegen de komst van het Duitse leger onder water werd gezet. Maar de vijand kwam ook door de lucht… Ironisch is dat de Duitsers op hun beurt van de waterlinie gebruik hebben gemaakt om onze bevrijders de voet dwars te zetten.

Ter versterking zijn er in de loop der eeuwen nog allerlei bouwwerken aan toe gevoegd: forten, vestingsteden en kastelen. Vele ervan liggen voor de inwoners van Soest tamelijk dichtbij. De vestingstad Naarden, en de vele forten bij Utrecht bijvoorbeeld. Bij fort Vechten is ook een Waterliniemuseum.

Het principe van de waterlinie is zo oud als de wereld: water maakt de voortgang moeilijk of zelfs onmogelijk. Wil je wel over het water dan zijn hulpmiddelen nodig. Van polsstok tot boot en die zijn niet altijd voorhanden. Eigenlijk is een slotgracht een mini waterlinie, maar die was voor twee koningskinderen die elkaar in het middeleeuwse lied heimelijk beminden te klein. Ze kwamen ver uit elkaar te zitten. “Sy konden by malkander niet komen, het water was veel te diep”. Vaders en moeders hebben ook zo hun strategie…

Categorieën
Programma

6 april – Rens Bijma

De Matthäus Passion

Op 6 april 2022 houdt Rens Bijma een lezing over de Matthäus Passion voor de Soester Kring. Dit grote en lang durende oratorium van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) geniet in Nederland grote populariteit. Men beweert zelfs dat dit muziekstuk bij ons het meest gespeeld en beluisterd wordt. De meeste mensen hebben het dan ook gewoon over “de Mattheus”. Al in februari staan in kranten en op internet tal van uitvoeringen aangekondigd in het hele land. Dan komt de Lijdenstijd eraan. Bach volgt de laatste twee hoofdstukken (26 en 27) uit het evangelie van Mattheus. Deze hoofdstukken uit de Lutherse bijbel vormen de basis van het werk. De inhoud strekt zich uit over de laatste vijf levensdagen van Christus, die aan het begin zegt dat het over twee dagen Pasen (Ostern) is. Dat zou dan terugblikkend voor de christenen het eerste paasfeest worden, maar destijds heette het, zoals ook verder in de tekst staat, het feest der ongezuurde of ongedesemde broden (der süssen Brote) dat herinnert aan de vlucht van het Joodse volk uit Egypte, het Pesach. Om de bijbeltekst heen zijn aria’s en koralen, maar ook veel koorzang met verschillende functies. Het koor kan de bedroefde geloofsgemeenschap zijn, maar ook de woedende volksmenigte die tegen de stadhouder (Landpfleger) Pilatus schreeuwt “Laat hem kruisigen!”

In de bijbeltekst komen dialogen en gesprekken voor, terwijl ook in de aria’s, koralen en koren die terugkijken op de gebeurtenissen een element van dialoog zit. Op gewoon menselijk niveau zijn er nogal wat emoties: verraad (Judas), verloochening (Petrus), lafheid (Pilatus), vernedering (gepeupel), maar vooral verdriet over en voor een onschuldige die voor schuldigen (de zondige mens) geofferd wordt. De toehoorder weet dat Jezus aan het kruis komt, zijn lot is onafwendbaar, maar tegen beter weten in hoopt  die in stilte op een andere afloop. Het verhaal is even dramatisch als tragisch.

Er is over de Mattheus veel geschreven. Allerlei aspecten kregen aandacht. Bach componeerde en schreef niet alleen de teksten. Een zekere Picander (pseudoniem voor C.F.Henrici) leverde hem woorden voor aria’s. Bovendien maakte Bach gebruik van bestaande liederen uit de lijdenstijd, waarvan O Haupt voll Blut und Wunden misschien wel de bekendste is. Naast de woorden heeft Bach ook expressie gelegd in de klank en in de keuze van zijn instrumenten. Als Petrus na zijn derde verloochening van Christus naar buiten gaat en de haan hoort kraaien, klinkt de smartelijke altviool als inleiding op het Erbarme dich. Sommige studies beweren dat Bach ook met getallen symboliek in zijn werk heeft gelegd. Van dit beroemde werk ligt vreemd genoeg de eerste uitvoeringsdatum niet vast. Het was in elk geval in de Thomaskerk in Leipzig. De meest genoemde datum is 11 april 1727. Nog vreemder is misschien dat na Bachs dood het werk zo’n tachtig jaar in vergetelheid raakte. Pas in maart 1829 zorgde Mendelssohn weer voor een uitvoering in Berlijn. De eerste uitvoering in Nederland was in 1870 in Rotterdam. Het zwaartepunt van de Mattheus kwam te liggen in Amsterdam waar Mengelberg, dirigent van het Concertgebouworkest, tussen 1899 en 1944 op Palmzondag voor een jaarlijkse uitvoering zorgde. Die was romantisch en breed opgezet met grote koren. Het grootste aantal deelnemers was eens 1650… Op deze stijl van uitvoeren kwam een reactie. De Nederlandse Bach vereniging (opgericht 1921) bracht de Mattheus terug in de kerk en wel in Naarden en streefde naar een meer oorspronkelijke uitvoering. Hoe klonk het werk in de tijd van Bach, wat waren de oorspronkelijke instrumenten, hoe groot waren orkest en koren, in welke tempo werd gespeeld? Dirigenten ontwikkelden eigen stijlen (Herrewege, Koopmans) en zo kregen de Mattheus-uitvoeringen een eigen geschiedenis waar musicologen zich over kunnen buigen.

De meeste uitvoeringen zijn in het Duits. Dat hoeft voor de luisteraar geen bezwaar te zijn, er zijn tekstboekjes met vertalingen. Bovendien zijn er Nederlandstalige uitvoeringen (Jan Engelman, Jan Rot, Ria Borkent). Dat er ook een meezing-Mattheus is, toont ook de populariteit ervan.

De bijbelvertaling die Bach gebruikte was van Luther. Deze had in 1522 het Nieuwe Testament al in het Duits vertaald. Dat Duits was in Bachs tijd geëvolueerd naar een modernere versie in het Hochdeutsch die ons al vertrouwd kan aandoen. Twee oude woorden zijn überantworten (overleveren) en Zähren (tranen). Het eerste komt al voor in de eerste woorden van Jezus als hij tegen zijn discipelen (Jüngern) zegt overgeleverd te zullen worden. Het tweede woord klinkt in de spijtige woorden van Petrus na de verloochening van Christus: Erbarm u mijn God, ter wille van mijn tranen. Het gebruikelijke Duitse Tränen komt voor in het slotkoor.

Categorieën
Programma

2 maart – Edwin van den Worm

Superfoods: Feit of Fictie? Maken superfoods waar wat ze beloven?

Mensen die gezond willen leven, willen ook gezond eten. Over de voedingswaarde van de producten die we dagelijks eten is een overvloed aan informatie. Internet, boeken, folders, cursussen en wat niet al. Verpakte producten in de supermarkt zijn voorzien van etiketten die vertellen hoeveel je aan vetten, koolhydraten, zout en andere stoffen naar binnen krijgt. Naast de “gewone” voedingsmiddelen, zijn er de superfoods, die een nog betere voedingswaarde (zouden) hebben. Daaronder zitten vertrouwde namen als boerenkool en blauwe bessen, maar ook minder bekende middelen als baobabpoeder of quinoa. Alle producten zijn “natuurlijk” en bevatten geen chemicaliën, hormonen of andere minder gewenste stoffen. Bovendien zijn er tal van gezondheidseffecten, variërend van meer innerlijke rust tot en met een betere stoelgang. Er is een zeker spanningsveld tussen wat de handelaren van de superfoods melden en de bevindingen van bijvoorbeeld de consumentenbond en het voedingscentrum. Kortom: wat is fictie en wat zijn de feiten. Daarover gaat de lezing van Edwin van den Worm.

Categorieën
Programma

2 februari – Floor de Graaf

Standbeelden in parken en plantsoenen: een historische verklaring met een uitstapje naar Baarn en Soest

Stedelijke parken noemt men met een bekend cliché ook wel de longen van de stad. Ze geven de gelegenheid te ontsnappen aan de stadse drukte en om even op adem te komen. Er waren architecten die zich specialiseerden in de aanleg ervan. De bekendste is misschien wel Jan David Zocher in wiens werk we kunnen wandelen achter Slot Zeist, langs de Utrechtse singels en in het Zocherpark in Amersfoort. Wie zich ontspant met een wandeling in een park heeft ook aandacht voor andere zaken dan de dagelijkse beslommeringen. Een park is dus een ideale plek voor standbeelden en andere cultuur-historische werken.

De lezing gaat over het ontstaan van het fenomeen, in de 19de eeuw, dat er standbeelden van bekende personen in parken worden geplaatst (en daardoor ook een beetje over het ontstaan van parken zelf). Heel interessant: je had toen natuurlijk ook epidemieën en hoewel men nog niks wist van bacteriën en virussen hadden ze wel door dat vooral in bedompte steden frisse lucht en beweging mensen gezonder hield.

Floor de Graaf is kunsthistorica. Haar betrokkenheid in 2015 bij de plaatsing van een bronzen beeltenis van de kunstenaar Leo Gestel bij stadsmuseum Woerden zorgde ervoor dat zij zich verdiepte in het fenomeen standbeelden. Zie www.floordegraaf.nl

Categorieën
Programma

6 oktober – Herman Pleij

Herman Pleij is emeritus-hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde vele werken over cultuurhistorische onderwerpen en is bij velen bekend door zijn optreden bij talkshows op de tv. Voor zijn lezing stuurde hij het volgende bericht:

Grensoverschrijdende satire in het theater en tv?

Satire behoort tot de smeermiddelen van de samenleving. Door elkaar regelmatig de oren te wassen bevrijden we ons van frustraties en spanningen, die samen leven nu eenmaal altijd oproept. Bovendien wordt er en de kaak gesteld wat niet of niet langer zou deugen. Alleen verschillen de meningen daarover nogal eens. Wat na de Tweede Wereldoorlog geruime tijd onmogelijk was (het bespotten van religie), werd in het kader van de ‘revolutie’ van de jaren ’60 juist daarom een geliefd mikpunt dat niet meer tot gerechtelijke vervolging leidde. Maar in deze tijd ontstaan weer opnieuw problemen rond de ridiculisering van geloof dat voor vele nieuwe Nederlanders een besliste richtlijn voor hun bestaan vormt. En mogen Youp van ’t Hek en Theo Maassen binnen de muren van de schouwburg wel zeggen wat buiten op straat verboden is? Of maakt het ironisch signaal het mogelijk om als ‘acteur’ elke vorm van racisme en homohaat te vertolken? Maar wordt een dergelijk optreden in het theater of op TV wel altijd zo gewaardeerd?

(Herman Pleij)

Categorieën
Programma

3 november – Lisette le Blanc

Lisette le Blanc heeft een brede belangstelling voor de cultuur en haar geschiedenis: ze studeerde kunstgeschiedenis en archeologie. Met haar kennis en kunde leidde ze vele jaren het Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Het werk van “inpakkunstenaar” Christo

Haar lezing bij de Soester Kring gaat over de Bulgaars-Amerikaanse Christo wiens volledige naam Christo Vladimirov Javacheff is. Hij overleed vorig jaar in New York en was onlang (september 2021) postuum in het nieuws. Zijn lang gekoesterde wens om de Arc de Triomphe van Parijs in te pakken met zilverblauwe stof ging in vervulling. Door corona was het evenement uitgesteld. Andere beroemde bouwwerken die door Christo in textiel werden gehuld waren de Pont Neuf in Parijs (1985) en het Rijksdaggebouw in Berlijn (1995). De filmopnames laten zien dat het wel iets meer inhoudt dan het dekken van een tafel.

Categorieën
Programma

1 december – Wim Krijnen

Over het Naardermeer, ’s lands oudste natuurmonument

Wim Krijnen is na zijn pensionering van de Hanzehogeschool in Groningen niet stil gaan zitten. Hij is ‘varende boswachter’ op het Naardermeer. Daarover kan hij vele bijzondere zaken, maar ook anekdotes vertellen. Het begin van dit natuurgebied is ook al bijzonder. De gemeente Amsterdam wilde in 1905 een vuilstortplaats en daarvoor leek het Naardermeer geschikt. Daar staken Jac. P. Thijsse en Eli Heimans een stokje voor. Ze richtten de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten op en kochten het meer voor 160.000 gulden. Het behoud heeft geleid tot een gebied met een zeer rijke flora en fauna. Krijnen noemt het op zijn site ‘een paradijsje tussen Amsterdam en het Gooi. Het meer is een bezoek waard, al zullen de meesten het gezien hebben vanuit de trein die er door heen rijdt…